Quintus:
‘Klaas gaf mij bouwstenen waar ik nog steeds nuttig mee stapel’
De dynamiek van vallen, opstaan en samen juichen na een geslaagde stunt, daar ging het Klaas, denk ik, om. Hij wilde zijn passie delen en hielp beginners met zijn zelfgebouwde wheelie-trike. Maar zelfs die bleek niet genoeg om mij overeind te houden. Klaas kwam kijken of ik oké was en toen… hebben we natuurlijk gelachen. “Mooie crash!”, zei hij.
Ik heb Klaas leren kennen in 2013. Ik was bevriend met Vincent en reed toen net motor. Op een zondag maakten we een ritje en gingen kijken bij P-Bus bij de Amsterdam Arena, de plek waar de getalenteerde stuntrijders oefenden. Die dag was Klaas er alleen en ik heb hem toen kort gezien. Het is voor motorrijders, zeker voor beginnende, onbevattelijk om iemand ‘no handed circles’ te zien doen. Vrij vertaald: rondjes draaien op alleen het achterwiel, zonder handen aan het stuur. Mijn interesse voor Klaas was gewekt.
Klaas ging veel met Vincent om en toen Vincent een circuitdag had op Zandvoort, was ik daar om te kijken. Klaas was gekomen om te stunten op het parkeerterrein naast het circuit. Toen we van het circuit kwamen, gingen we bij hem langs. Klaas was in zijn tanktop en bijbehorende spierballen stunts aan het doen op de motor. Hij riep naar mij: “Hé, jij lijkt op MAD”, refererend aan de mij toen nog onbekende Amerikaanse cartoon en mederoodharige lachebek. Het was mijn eerste echte kennismaking met Klaas en de toon was gezet.
Klaas had al ervaring met composiet en gietwerk; zo deed hij ooit een productierun van fooienpotten voor de grote coffeeshopketen Bulldog. Klaas deed alles zelf: modelleren, matrijs maken en produceren. Zijn werk schreeuwde passie en talent.
Toch was Klaas vooral van de metaalbewerking en de draaibanken. Hij had meerdere draaibanken, waaronder een meterslange Schaublin uit 1952, als ik me dat goed herinner. Toen ik vertelde wat voor draaibank wij op werk gebruiken, sprak hij daar grappend schande van. Starend naar de solide Schaublin in zijn éénmanszaak was dat een leuk moment.
Ik denk dat Klaas en ik de vakidioten in elkaar herkenden, al was Klaas wel vijftien jaar verder…
‘Het was trial and error,
maar Klaas vond altijd een oplossing’
Klaas heeft dingen gemaakt waar ik nog wel eens over praat met technische mensen. Zo maakte hij voor zijn stuntmotor een modulair systeem, een soort Zwitsers uurwerk van tandwielen waarmee je de overbrenging van de motor heel gemakkelijk kunt aanpassen. Voor het stunten was dat handig. Zelf bedacht en zelf gemaakt. Dat ging vaak niet zonder ‘trial and error’, maar Klaas vond altijd een oplossing.
Het is nooit saai geweest met Klaas. Vaak was hij nog aan het werk als ik kwam en dan ging ik stilletjes rondkijken, maar we konden tussendoor ook wel praten en lachen. Als het iets te lang stil bleef, sloeg hij opeens met een hamer keihard op zijn werkbank om zijn gezelschap te laten schrikken. Aan het eind van de zaterdag kwamen Vincent, Victor en anderen vaak ook langs bij 101. De herinnering aan die sfeer is een mooie!
Vooral van 2015 tot 2017 heb ik veel met Klaas meegemaakt. Wat me is bijgebleven, is dat hij altijd eerlijk was. Hij was verbaal heel krachtig, direct en draaide nergens omheen. Tijdens mijn stage mocht ik op de foto voor een interview in een blaadje. Ik stond heel anders op de foto dan Klaas mij kende. Iets te serieus, want zo dacht ik me te moeten presenteren. Klaas zei: “Leuk interview, maar die foto, dat is niet wie jij bent”. Het was heel waardevol om dat zo in mijn gezicht gedrukt te krijgen. Ik denk daar nog regelmatig aan terug.
‘Klaas was verbaal heel krachtig, direct en draaide nergens omheen’
Op een zondagmiddag vroeg hij me een keer om te helpen een zware bandschuurmachine op te halen bij een schoenmaker. Uiteraard een degelijke machine uit het jaar ‘kruik’. De machine stond in een klein winkeltje in de binnenstad van Amsterdam. Het gezin woonde boven de winkel. Voor honderd euro was de buit van Klaas en samen tilden we het gevaarte door een klein raampje naar buiten. Het was een typisch Klaas avontuur. Zo schafte hij vaker dingen aan en als iets het niet deed, had hij al voorzien hoe hij het kon maken. Iets wat voor de één waardeloos was, gaf Klaas weer waarde.
In Nederland zijn er inmiddels 800.000 motorrijders en dat zijn allerlei soorten mensen. Mensen die het op zondag ‘wel leuk’ vinden aan de ene kant van het spectrum tot mensen zoals Klaas aan de andere kant. Motorrijden is naast genieten, soms ook afzien. Als stuntrijder heeft Klaas beide kanten in extreme vormen omarmd. Stuntrijders zijn mensen die weten dat ze gaan vallen en dat het zeer gaat doen, maar het toch doen. Bij Klaas ging het, denk ik, om de passie voor de sport en de menselijke dynamiek van vallen, opstaan en samen lachen en juichen na een geslaagde stunt. Hij wilde zijn passie delen met anderen en hielp beginnende stuntrijders met zijn zelfgebouwde wheelie-trike. Bij de Sligro mocht ik die proberen, maar zelfs drie wielen bleken niet genoeg om mij overeind te houden. Klaas kwam kijken of ik oké was en toen… hebben we natuurlijk gelachen. “Mooie crash!”, zei hij.
Klaas was groot in het stunten en ik heb met bewondering gekeken toen Klaas en Khalid in opvallende kledij op nieuwe Ducati’s figureerden in een videoclip. Helemaal in hun element en vol zelfvertrouwen haalden ze gekke capriolen
uit op splinternieuwe motoren. Een van de leukste grappen die Klaas (onbewust) met mij uithaalde, was toen ik hem
onverwachts een keer op tv het beeld in zag wheeliën. Geen helm, grote glimlach. Het was een programma over het maken van de film ’New Kids’, waarin Klaas stuntrijder was.
‘Ik heb respect voor het gevecht dat Klaas voerde’
Ik was eens met Koningsdag alleen met Klaas bij 101 toen er een groepje aangeschoten mensen langsliep, van wie er één een lege drankfles over het hek gooide. Ik stond alleen buiten en, wetende dat Klaas ook in de buurt was, dacht ik: ik zeg er wat van. Direct daarna riep ik met enige bezorgdheid in mijn stem “KLAAS!” De rust zelve kwam Klaas naar buiten gelopen met een bezem en zei: “Men ruime netjes hun rommel op.” Ik was wat corrigerend geweest, Klaas was assertief. Er werd wat gelachen en we wensten elkaar nog een fijne dag.
Ik draag vandaag de stenen letter Q, die Klaas voor mij maakte in het Waterlandziekenhuis in Purmerend. Daar heb ik hem een aantal keer bezocht, meestal samen met Vincent. Ik wilde er graag heen, omdat dat het minste en misschien wel het enige was wat ik kon doen om te helpen. Ik wist iets van zijn ziekte en had veel respect voor het gevecht dat Klaas voerde. Klaas was geen opgever en heeft alles geprobeerd om beter te worden. Ik heb daar gezien wat hij deed aan handenarbeid achtige activiteiten. Tijdens één van mijn bezoeken gaf hij mij deze Q. Ik vind het knap dat Klaas zo precies kon werken met zijn sterke en geleefde arbeidershanden. Klaas had talent en kon heel gefocust zijn.
De letter heeft een speciale plek bij me thuis. Ik ga de letter K van carbon maken voor Klaas. Die gaat mee als Vincent en ik weer met de motoren op pad gaan.
Direct na zijn dood regende het berichten op Facebook over Klaas. Dat waren geen berichten van twee zinnen, maar berichten waar mensen veel tijd in gestoken hadden, volgens mij uit respect voor hem. Ik herinner me in het bijzonder een bericht van een man, die hem ooit alleen heeft zien oefenen met stunten in de koude regen bij de Sligro. Doordat Klaas zo vastberaden was en zoveel wilskracht had, realiseerde deze man zich hoe zwaar Klaas het gehad moet hebben. Dat heb ik onthouden.
‘Een haag zoals die voor Klaas heb ik nooit eerder gezien’
De uitvaart van Klaas was zo bijzonder en zo gek als Klaas zelf. Ik had de eer om op één van Klaas’ motoren achter de auto met de mand te rijden. Ik heb onze tocht gefilmd met een camera op mijn helm. Na vertrek vanuit het huis van Sonja en Peter kwamen we al snel op het Van Tuyll van Serooskerkenplein, waar Klaas woonde. Toen we daar aankwamen begon oom Ad, die op ‘de Neus’ reed, gas te geven. Het leek of hij in trance was. Wij volgden hem en maakten zoveel mogelijk lawaai met onze motoren en auto’s. Ad bleef de motor in de toerenbegrenzer jengelen en dat kwam heel hard bij me binnen. Het was een indrukwekkend moment, omdat we voor Klaas’ huis stonden en met z’n allen datgene deden waar hij zo van hield: het motorische en de grens van de machine opzoeken. Ad bleef doorgaan, ook nadat we verder reden. De Neus werd zo heet dat het door Klaas zelfgemaakte polyester kuipwerk begon te roken en de motor koelvloeistof begon te spuwen. Hoe droevig het ook was, het had ook iets komisch.
Toen we de straat van de begraafplaats inreden, stond een erehaag klaar en minutenlang was er oorverdovend geluid van motoren in de toerenbegrenzer, rokende banden en fakkels, verzorgd door Klaas’ vrienden en vriendinnen van heinde en verre. Er zijn wel vaker erehagen voor motorrijders, maar een haag zoals die voor Klaas heb ik nooit eerder gezien.
Met een lach en een traan realiseer ik me dat de enige foto van ons samen is gemaakt door een auto van Google-Streetview, toen we er samen op afstormden.
Klaas gaf mij bouwstenen waar ik nog steeds nuttig mee stapel. Zijn verhaal geeft mij dankbaarheid voor het leven. Klaas was voor mij een icoon, van wie ik geleerd heb en van wie ik ook in de toekomst zal leren.