Jeroen:
‘Er bestaat een exponentiële vorm van concentratie en dat is Klaas’
’s Avonds waren we samen op zijn zolderkamer waar Klaas allemaal toffe dingen maakte. Hele realistische props, bijvoorbeeld een mes waaruit bloed kwam als je in het handvat kneep. Bijzonder aan Klaas was zijn hyperfocus als hij ergens aan werkte.
Klaas en ik zaten allebei op de Vrije School, hij een klas hoger dan ik. Ik vond hem op school altijd een beetje een vreemde snuiter en ging eerst niet met hem om, maar hij kón wel dingen. Ik zag zijn eindwerkstuk, waarin hij een drumvoorstelling gaf. Hij deed met zijn rechterhand iets, met zijn linkerhand iets anders, met zijn rechtervoet weer iets anders en met zijn linkervoet nog iets anders; dat was wáánzinnig. Als er één iemand is, die echt talentvol kon drummen, was Klaas dat.
In die zomer ging ik naar Vlieland. Ik was toen een jaar of zeventien. Met een aantal vrienden stond ik op het jongerenveld van de camping en Klaas was er ineens ook; met Melle en Michiel. En al gauw was er een klik. Klaas bleek een levendige en eerlijke gozer, en wat ons bond was kattenkwaad uithalen en interesse voor meisjes. We hebben daar veel gelachen samen. Diep in de nacht liepen Klaas en ik een keer over de camping en zagen twee mensen buiten slapen. Toen hebben we een bak koud water gehaald en over hun hoofden gekieperd. Snel wegrennen en verstoppen, zodat we de reactie van die mensen konden zien. Ik moet nog steeds lachen als ik daaraan terugdenk. Die zomer was er ook een open podium waar badgasten konden optreden. We kwamen daar toevallig in die zaal en ik zag een drumstel staan. Toen heb ik geregeld dat Klaas een drumoptreden kon geven. En daar ging ’ie. Hij speelde de hele zaal plat voor mijn gevoel. Ik stond achterin met kippenvel. Zo trots.
Het bleek dat we in Amsterdam vlakbij elkaar woonden. Ik ging vaak ’s avonds even naar Klaas. Dan waren we samen op zijn zolderkamer waar hij allemaal toffe dingen had en maakte. Hij maakte hele realistische props, bijvoorbeeld een neppistool en een mes waaruit bloed kwam als je in het handvat kneep. Bijzonder aan Klaas was ook zijn hyperfocus als hij ergens aan werkte. Ook maakte hij kleine explosieven, die op afstand met een lange elektriciteitsdraad tot ontploffing konden worden gebracht. Heel spannend om die te laten exploderen. Het lukte ook vaak niet en dan had hij al helemaal uitgedacht hoe het de volgende keer anders moest om het wel te laten lukken.
‘Daar ging ‘ie: hij drumde de hele zaal plat, ik had kippenvel van trots’
Toen ik uit huis ging en bij het Hoofddorpplein woonde, kwam Klaas vaak langs. Hij hield eerst veel van death metal, maar steeds minder. Hij heeft wel eens gezegd dat de dames in die death metal scene er niet echt fris uitzagen; misschien was dat ook een reden. Mijn vriendengroep was inmiddels met Klaas bevriend geraakt. We gingen vaak uit, maar daar nam hij nooit het voortouw in. Hij dronk en blowde niet, wat geen probleem was voor ons en voor hem ook niet echt, al had hij steeds moeite met kiezen wat te drinken (wij bier, hij één of ander frisje). Op de heen- en terugweg naar de stad of naar welke plek dan ook, was hij het meeste in zijn element. Dan ging hij altijd stunten met zijn motor. Een vriend van mij had een afgetrapt autootje, en dan maakte Klaas een wheelie en landde zijn motor op de motorkap of hij reed keihard langs de auto en klapte de buitenspiegel om. Het bleef maar leuk.
Klaas is ook een keer met een aantal vrienden en vriendinnen mee geweest naar de kust van Zuid-Frankrijk, en een keer naar Parijs. Veel geintjes uithalen, maar ook wel serieuze gesprekken voeren.
We hebben een keer een zeepkistenrace gehouden op de heuvel in het Amsterdamse Bos. Klaas had een karretje meegenomen en we hadden ook een oude badkuip waar we wieltjes onder gemaakt hadden. Dat is natuurlijk een kolfje naar Klaas’ hand. Het was echt wel link om met die badkuip de helling af te gaan. En Klaas ging dan natuurlijk ook nog eens met die badkuip een grote trap af. Waanzinnig leuk.
Je had toen het televisieprogramma Jackass, wat destijds heel vernieuwend was. Een programma met Klaasachtige jongens, die lijpe dingen deden en dat filmden. Dat soort dingen gingen wij dan ook doen. Bijvoorbeeld tijdens het fietsen expres met je wiel in de tramrails rijden. Het was tof en het kon goed misgaan, maar eigenlijk ging het nooit echt mis. Voor dat soort dingen moest je Klaas hebben.
‘We hebben het nog over zijn streken, er zijn een hoop verhalen’
Over zijn angsten heeft Klaas het af en toe gehad. In zijn laatste schooljaar had hij zijn industriële stage bij verhuizer De Wit gedaan. Hij vertelde dat hij in die periode een heftige paniekaanval had gekregen en dat wilde hij nooit meer meemaken. En hij vertelde over zijn frustraties, die de bijwerkingen van zijn medicatie met zich meebrachten. Hij zat echt aan zijn medicatie vast om de situatie onder controle te houden, maar dat gaf dus wel bijwerkingen.
Onze vriendschap heeft ongeveer drie jaar geduurd, schat ik in. Langzaam zag ik hem wat minder. Klaas werkte bij Robs Propshop en had steeds minder behoefte om uit te gaan met onze vriendengroep. Als hij bij ons op bezoek was, lag hij vaak op de bank. We hebben nooit ruzie of onenigheid gehad, maar zagen elkaar steeds minder.
De tijd van onze vriendschap is nu zo’n 25 jaar geleden en daarna is Klaas uit mijn dagelijkse gedachtewereld verdwenen. Met mijn vrienden hadden (en hebben) we het soms nog over hem; over zijn rare acties en streken vooral. Er zijn een hoop verhalen over hem, die we steeds weer ophalen.
Ik kan ook aan Klaas denken als een voorbeeld van iemand die langere tijd hyper gefocust aan iets kan werken tot het helemaal perfect is, zoals zijn eindwerkstuk en die props. Als mijn kinderen geconcentreerd bezig zijn, denk ik: er bestaat ook een exponentiele vorm van concentratie en dat is Klaas.
Een half jaar geleden was ik met mijn vrienden uit eten op het Stadionplein. Daarna wilden we nog wat drinken en realiseerden we ons dat we vlak bij de begraafplaats waren waar Klaas ligt. Toen zijn we diep in de nacht over het hek geklommen en hebben we Klaas’ graf bezocht. Toen hij overleden was, heb ik van Sonja de verhalen over zijn situatie in de periodes voor zijn overlijden gehoord, en heb ik begrip gekregen voor zijn keuze om niet door te leven. Hij heeft heel lang alles geprobeerd maar het bracht geen soelaas. Hij is nu vrij en heeft geen last meer te dragen.