Victor:
‘Op de motor door de stad voelden we ons koning van Mokum’
Wat Klaas en mij het meest bond was onze gemeenschappelijke liefde voor techniek We hebben zoveel toffe dingen gedaan. Klaas had een drive om iets in beweging te brengen.
Ik ken Klaas al heel lang, zowel vanuit de Jekerstraat als de Vrije School. Hij was zes jaar ouder dan ik en trok op met mijn oudere broer Thomas. Ze haalden samen kattenkwaad uit, zoals nepportemonneetjes maken met een visdraad eraan en schieten met een luchtbuks. Klaas was ‘outgoing’ en deed leuke, spannende en ondeugende dingen, zoals een stuiver op de tramrails leggen om plat te laten rijden. Mijn zus Merel was bevriend met Eline, Klaas’ zus. Mijn zusje Lotte en ik werden door Klaas Votte en Lictor genoemd. Dat kwam door zijn vader, die altijd letters omdraaide. Overtoom werd bijvoorbeeld Toveroom. Klaas heeft dat overgenomen en maakte vaak dit soort grammaticale grapjes, ook met nieuwe klanten.
In mijn kindertijd ging ons gezin elke zomer enkele weken op vakantie naar het huis van mijn grootouders aan de rand van Beverwijk. Klaas is één keer mee geweest. Dat is mijn eerste herinnering aan Klaas. We bouwden een hut en fietsten op het crossfietsbaantje daar. Het was gewoon avontuur. We groeiden op in de Rivierenbuurt en dat was prima, maar in Beverwijk liepen we zo de landerijen en het bos in. De vakanties in Beverwijk vormen heel dierbare herinneringen voor mij en het is leuk dat Klaas daar onderdeel van is geweest. De laatste dag kreeg hij wel angst en is hij opgehaald, maar we hebben daar een geweldige tijd gehad.
Later had Klaas een Puchje, waarmee hij naar school reed. Iedere dag vertrok hij ietsje later en reed hij wat harder, waardoor hij toch nog op tijd op school kwam. Dan kwam hij knoerthard door de Fred Roeskestraat aanrijden. Hij was in die tijd al eindeloos bezig met knutselen, vooral aan brommers. Ik keek tegen hem op in die vroegere jaren en later ook nog steeds.
‘Hij haalde altijd kattenkwaad uit. Dan spoot hij iemand nat en kon hij niet wachten tot er wraak werd genomen’
We hadden een tijdlang geen contact, maar kwamen elkaar weer tegen toen Klaas een jaar of dertig was, in de Czaar Peterstraat woonde en bij motorzaak Reivilo op de Veemarkt werkte. Ik had toen net mijn eerste motor, een oude Suzuki. Het was gelijk weer gezellig: we konden lekker zelf knutselen bij Reivilo. Veel vrienden van Klaas kwamen daar langs. Er moest altijd wat gebeuren en dat ging altijd van Klaas uit. Hij haalde altijd kattenkwaad uit. Hij pakte bijvoorbeeld een brandslang en spoot iemand nat of gooide een emmer sneeuw naar binnen bij de buren. Hij kon dan niet wachten tot iemand wraak kwam nemen en moest keihard lachen als hij dan bijvoorbeeld een sneeuwbal in zijn nek kreeg. Hij was geen slechte verliezer. Klaas’ goede vriend Paul kwam daar ook veel langs. Klaas was toen al met Paul aan het stunten en ze deden samen ook stuntshows. Khalid was dertien destijds en kwam ook vaak naar de Veemarkt met zijn stuntfietsje. Klaas nam Khalid onder zijn hoede, omdat hij zijn enthousiasme en talent voor het stunten zag.
Klaas kon zich ook terugtrekken en dat deed hij in zijn werk ’s avonds. Hij was dan urenlang bezig met draaien en frezen voor zichzelf. Hij deed ook klusjes voor jongens uit de stuntwereld, zoals lassen en adapters draaien. Die stuntmotoren gingen natuurlijk om de haverklap stuk. Hij trainde zijn skills en volgde op YouTube jongens, die technische dingen maakten. Hij was autodidact en steeds op zoek naar het verbeteren van zijn technieken. Hij kon zich echt verliezen in dat werk en vond het heerlijk. In het terugtrekken in zijn werk had hij geen grens. Het was extreem, maar het was wèl zijn leven.
Veel mensen kenden Klaas via Reivilo en hij was daar echt op zijn plek. Hij had daar een goede periode met veel energie en vond de rust ‘s avonds in het alleen knutselen daar. Ik denk dat Klaas een onbezorgde tijd heeft gehad bij Reivilo. Hij was in loondienst, kreeg veel vrijheid van Olivier en had geen zorgen over het bedrijf.
De stuntwereld was een ontzettend groot onderdeel van Klaas’ leven. Hij vroeg vaak of ik meeging stunten, maar het was niets voor mij. Hij zette zich sterk in om zijn skills te verbeteren. Hij zei altijd dat hij niet veel talent had, maar wel veel doorzettingsvermogen. Dát was zijn talent. Ik bewonderde hem om dat doorzetten, dat was voor mij een inspiratie. Iedereen in de stuntwereld kende Klaas, omdat hij zo’n markante kerel was. Hij was markant, omdat hij altijd op zoek was naar reactie, naar menselijkheid, naar emotie. Het leek vaak of hij aan het testen was hoe mensen zouden reageren op wat hij deed of zei. Hij kon heel open en eerlijk vragen stellen en ook vreemden kon hij raken met een praatje. Als hij een conflict had met iemand, bleef het sudderen bij hem en kwam hij er later op terug; dat was een goede eigenschap van hem. Klaas was heel rechtlijnig en stelde hoge eisen, in de eerste plaats aan zichzelf. Hij was een grappenmaker, altijd op zoek naar grappen en grollen, maar hij kon ook heel serieus zijn en erg de diepte ingaan. Hij vond het heerlijk om diepe gesprekken te voeren en lang over iets na te denken. Hij was rechtdoorzee en soms wat lomp. Hij vond het geweldig als mensen iets leuk vonden, boos werden of wraak namen. De reactie zelf maakte hem niet zoveel uit, áls er maar een tegenreactie kwam. Ik vond dat altijd geweldig, omdat de meeste mensen saai zijn, maar Klaas was altijd op zoek naar interactie.
‘Hij was hard als glas, maar glas kan ook breken’
Ik zat een keer lekker bij 101 aan mijn motortje te knutselen, toen Klaas remreiniger in mijn bouwvakkersspleet spoot, wat pijn deed. Hij was keihard aan het lachen. Ik nam natuurlijk meteen wraak. Toen hij op de wc zat, spoot ik remreiniger onder de deur door en stak die aan, waardoor er een steekvlam ontstond. Hij kwam gierend van het lachen met brandende benen naar buiten rennen. Al zijn beenharen waren weggeschroeid. Klaas had een extreem hoge pijngrens; het leek alsof hij alleen in zijn hoofd pijn kon voelen. Dat had ook met zijn geest te maken. Hij was heel sterk in zijn kop, omdat hij zoveel had meegemaakt, waardoor hij weerbaar was geworden voor tegenslagen. Tegelijkertijd was hij daardoor ook heel kwetsbaar. Hij was hard als glas geworden, maar glas kan ook breken.
Klaas en ik waren vooral de laatste jaren heel goed bevriend en zagen elkaar heel vaak. We waren belangrijk voor elkaar en bewonderden elkaars eigenschappen. Ik denk dat Klaas mijn sociale eigenschappen bewonderde en ik bewonderde zijn technische skills. We pestten elkaar daar ook mee. We gingen niet huppelend door de wei. Het was soms op het randje van ruzie of conflict. Klaas werd heel link als ik bijvoorbeeld een schroevendraaier liet liggen als ik aan mijn motor werkte. Hij wilde dat ik mijn spullen opruimde en dat respecteerde ik, want het was wel zijn werkplaats. Ik ben zelf technisch goed met hout en ik weet dat het belangrijk is dat spullen op hun plek liggen en niet kwijtraken.
Wat Klaas en mij het meest bond was onze gemeenschappelijke liefde voor techniek. We spraken vaak over nieuwe technologieën en ontwikkelingen, zoals kernfusie en andere ontwikkelingen in de wereld. Dat was ons raakvlak en onze vriendschap bestond er vooral uit dat we daar met veel enthousiasme over konden praten.
Amsterdam was ook onze gedeelde liefde. We reden vaak door de stad op onze motor, bijvoorbeeld van zijn werkplaats naar Café Kobalt. Dan was de stad echt van ons en voelden we ons koning van Mokum, wat vrij vertaald veilige thuishaven betekent. Het was een gedeeld besef van onze stad, die aan onze voeten lag tijdens het rijden. Motorrijden is lekker, want je vergeet veel. Je bent vooral aan het rijden, dat is het leuke eraan. Klaas zei vaak gekscherend dat hij van de drie kruizen van Amsterdam er eentje was, namelijk vastberaden. Hij deed aan grootschalige zelfreflectie en was heel zelfbewust.
‘Klaas had een drive om iets in beweging te brengen’
De periode dat Klaas zo angstig was, was verschrikkelijk voor hem. Ik zag hem vechten. In de kliniek had hij in 2017 een heel goed contact met een medepatiënt, een boer, met wie hij veel raakvlakken had. Ik kon niet voelen wat Klaas voelde en ik denk dat dit contact heel belangrijk voor hem was. Ik kreeg toen ook weer hoop, omdat hij zulke goede, menselijke gesprekken met deze man had.
Toen het in de laatste periode zo slecht met hem ging, kwam hij toch nog geregeld naar Kobalt. Hij wilde in een sociale omgeving blijven komen en stelde zich daar heel kwetsbaar mee op. Ik vond dat heel stoer van hem, omdat hij duidelijk uit balans was. Ik zag dat het hem moeite kostte, maar hij raapte al zijn moed bij elkaar. Hij praatte dan wel wat, maar was heel erg in zichzelf gekeerd. Hij was dol op Kajuit, de kat van Kobalt. Een vriendin van mij, die Klaas alleen als teruggetrokken kende, was heel verbaasd toen op de uitvaart bleek dat hij zo veel vrienden had. Ik legde haar uit dat Klaas een heel grote meneer was in de stuntwereld en ook in het motorreparatiecircuit. Hij heeft zó veel gedaan en iedereen respecteerde hem voor zijn skills. Iedereen die Klaas ontmoette, herinnert zich hem. Er is nooit iemand geweest die hem ontmoet heeft en hem vergeten is. Dat geloof ik gewoon niet. Dat was zo bijzonder aan Klaas: dat hij door iedereen herinnerd werd. Hij heeft in zijn leven heel veel mensen geraakt. Hij had een drive om iets in beweging te brengen.
Toen hij eind 2018 in het OLVG lag nadat hij was aangereden en gewond was aan zijn voet, nam hij al afscheid van me. Het was de eerste keer dat hij het uitsprak. “Vic, ik denk niet meer dat ik het kan. Je bent een goede vriend geweest”. Hij was een schim van zichzelf geworden en leefde in een soort schemerwereld, waarin hij zijn geest niet meer kon ordenen. Hij zei zelf dat hij ‘keihard gecrasht’ was. Ik heb toen tegen hem gezegd dat hij een waardevolle en goede vriend is geweest. En ook zei ik tegen hem: “Hope dies last” en dat ik hoopte dat hij het vonkje ergens zou kunnen vinden. Ik weet zeker dat hij dat geprobeerd heeft. We konden nog wel praten en grapjes maken, maar het lichtje was uit. Met al zijn kracht en heel zijn hart heeft hij geprobeerd er een soort van draai aan te geven, maar het was zo’n diepe depressie, het waren zulke grote angsten. Hij was bang voor alles, zei hij. Ik kon me dat niet voorstellen. Ik heb hem gezegd dat ik hoopte dat ik een stukje voor hem kon dragen. Het was een heel verdrietig moment toen in het OLVG. Ik kon alleen maar naast hem zitten en naar hem luisteren. Ik kon er niets opbeurends meer van maken, behalve: “Gun jezelf tijd en hier is een lekker cappucinootje”.
‘Ik voelde dat Klaas op weg ging naar een volgend avontuur. “Ga maar, jongen”, dacht ik’
Het kwam niet als een verrassing. Toen ik zijn vaarwelbericht las op mijn telefoon, wist ik dat ik niets meer kon doen. Dat betekende niet dat ik niets gíng doen; ik ben meteen in actie gesprongen, maar ik voelde dat hij zijn beslissing had genomen. Hij wilde het echt en heeft de keuze met zijn volle verstand gemaakt. Iedereen mag toch zeker beslissen over zijn leven en zeker over zijn dood. Zo wil ik daar ook op terugkijken. Het was zijn beslissing en die gaf ook angst voor hem. Dat hij bevrijd werd van zijn angsten was op het laatst belangrijker dan ons verdriet. Hij besefte dat wij hiermee zouden moeten dealen. Hij heeft er lang mee gewacht, voor ons, zijn familie en vrienden.
Na zijn berichtje zijn Anna en ik Klaas gaan zoeken op onze motoren. Anna voelde dat hij naar de parkeergarage zou gaan. Zij was daar toen het gebeurde en heeft mij gebeld. Ik kwam van onder de ring aanrijden op de motor en zag daar politie en een verkeersregelaar staan. Ze zeiden dat het was afgesloten. Ik zei: “Ik ken hem” en mocht door. Ik reed door met lood in mijn schoenen, maar tijdens het rijden sloeg mijn gevoel opeens om naar opluchting, omdat hij het gedaan had. Ik had Titus een berichtje gestuurd: “Hij is gesprongen, Klaassie”. Titus was er binnen vijf minuten. We waren daar met z’n drieën en hebben verschrikkelijk gehuild. We waren in shock, maar het was goed om bij elkaar te zijn; we waren daar met Klaas, los van het feit dat het alleen nog zijn lichaam was. Ik denk dat hij geweten heeft dat we daar waren.
Klaas eindigde zijn vaarwelbericht aan mij met ‘Riverside4ever’. Daarmee doelde hij op de Rivierenbuurt, waar we vandaan kwamen. We deden altijd net of het een getto was, maar het was natuurlijk een heel braaf buurtje: óns buurtje, een soort grapje, een running gag, waar zoveel herinneringen lagen, die voor ons allebei belangrijk waren.
De volgende dag heb ik afscheid genomen van Klaas. Ik heb mijn hand op zijn borst gelegd. Dat was fijn om te doen, hoewel het alleen maar zijn omhulsel was. Zijn geest en zijn ziel waren al vertrokken. Ik voelde toen, net als de avond ervoor, heel goed dat Klaas op weg ging naar een volgend avontuur. “Ga maar, jongen”, dacht ik. Het was een heel heftig en emotioneel moment en bijzonder om dat met elkaar te delen.
Bij de uitvaart was er zó veel verbrand rubber en er waren zó veel motoren in de rev limiter. Dat vond Klaas altijd zo leuk om te doen en daarom was het zo mooi dat dat daar toen gebeurde. Het stunten was zo’n belangrijk onderdeel van zijn leven en het was zó mooi dat er die dag op een krachtige en luidruchtige wijze een eerbetoon aan zijn leven werd gegeven. Ik vond het een mooie, liefdevolle begrafenis en ik heb alles die dag goed in me opgenomen. Het werd daar duidelijk dat Klaas zo’n unieke vent is geweest, die iedereen geraakt heeft. De begrafenis was onderdeel van mijn verwerkingsproces. Ik besefte dat ik het verdriet moest toelaten, ook het verdriet over de dood van mijn vader in 2012. Destijds kon ik dat niet, maar ‘You live and you learn’, zoals Klaas altijd zei. Dat was één van zijn vele oneliners, die ik nog vaak gebruik.
Ik heb ontzettend dierbare herinneringen aan Klaas; we hebben zo veel toffe dingen gedaan, zoals varen met mijn bootje en motorrijden. Als ik eraan terugdenk moet ik altijd lachen. Ik moet nog veel aan hem denken en haal geregeld herinneringen op met mijn vriendin. Het is ontzettend stoer wat hij gedaan heeft en ik had er meteen vrede mee. Zijn pijnen, angsten en demonen waren zóveel erger dan het verdriet dat wij nu hebben. Dat is een ontzettende troost en iets dat rust geeft. Klaas heeft een vol en volwaardig leven gehad, maar het is nog steeds heel jammer. Het verdriet ligt nog altijd aan de oppervlakte en praten helpt bij het verwerken. Misschien verwerk ik het ooit, het duurt zo lang als het duurt. De tijd heelt wonden, maar niet alle, en ik denk dat dat goed is. Als ik aan hem denk, dan is hij er.