Laurens:

‘Klaas was gewoon zichzelf, een soort anker, een baken van rust’

Wat we samen met de motor deden, was eigenlijk gewoon buitenspelen: klooien, knutselen, dingen uitproberen, altijd lachen en altijd grapjes maken. Klaas was niet standaard en dat vond ik juist zo fijn.

Klaas en ik leerden elkaar kennen toen we twintig waren. Ik kende Eline al eerder, omdat zij deel uitmaakte van mijn vriendengroep van mensen van de Vrije School. Toen ik een jaar of zeventien was ging ik veel uit met deze vriendengroep, vooral naar Paradiso. Via deze vrienden leerde ik Klaas kennen. Hij ging nooit uit. Nadat ik mijn motorrijbewijs had gehaald, begon ik met Klaas af te spreken. We gingen rondrijden en sleutelen en raakten meteen goed bevriend. We hebben samen een motor helemaal uit elkaar gehaald en Klaas wist gewoon hoe dat moest zonder dat hij daar een opleiding voor gekregen had. Klaas was een genie in het dingen bedenken, zoals een stille uitlaat. Hij kon eigenlijk alles maken. Het samen dingen doen met Klaas vond ik fijn. Soms was er iets dat hij niet wilde of niet kon. Ik begreep dat niet zo heel goed, maar ik kon me wel verplaatsen in hem en accepteerde het. Je kunt het niet begrijpen als je het zelf niet hebt.

Wat ik zo relaxed aan Klaas vond, was dat hij niet was zoals al mijn andere vrienden, namelijk van God los met veel drank- en drugsgebruik. Zelf gebruikte ik in die tijd ook drugs en alcohol. Klaas was gewoon zichzelf en dat vond ik altijd heel fijn. Hij was een soort anker, een baken van rust, wat ik altijd heel erg relaxed en fijn vond.

Ik woonde antikraak en Klaas kwam af en toe bij me langs, dan keken we samen filmpjes. Ik nam Klaas ook wel mee op stap, bijvoorbeeld naar feestjes met Oud en Nieuw, maar hij vond dat niet zo leuk en klapte dan een beetje dicht. Hij ging dan wel mee, maar het was niet iets waarvan hij opbloeide en achteraf realiseer ik me dat dat eigenlijk ook voor mij gold. Met Oud en Nieuw gingen we wel altijd samen dingen opblazen, zoals vuilnisbakken en stoeptegels. Ik was er niet bij toen klaas een wasmachine opblies onder het viaduct van de Czaar Peterstraat. Klaas had altijd bommen en illegaal vuurwerk en ik deed vaak mee. Dan bliezen we samen een motor op en ik ging daarna door naar het volgende feestje, terwijl Klaas naar huis ging.

Toen we begin twintig waren, wilde ik samen met hem naar Brazilië. We hebben het daar serieus over gehad, maar uiteindelijk wilde hij niet. Hij wilde wel graag, maar hij kon het niet, omdat hij niet durfde. Als het niet gaat, dan gaat het gewoon niet, dacht ik toen. Maar nu snap ik dat heel goed, want nu heb ik zelf ook een angststoornis. Ik was piloot, maar nu durf ik niet meer te vliegen. De paniek beperkt mij heel erg en dat had Klaas ook. Ik ga bijvoorbeeld gemakkelijk van een heel hoge duikplank af, wat Klaas ook gedaan zou hebben en Klaas durfde met 180 op zijn achterwiel te rijden, bij wijze van spreken. Allebei durven we heel veel en we zijn nergens bang voor, maar we hebben wel een angststoornis.

‘Op Koninginnedag lieten we ons bekogelen met eieren, Klaas ging als George Bush’

Met Koninginnedag hebben we een keer met eieren laten gooien op ons. Klaas had daarvoor een masker gemaakt van George Bush. We stonden voor het Rijksmuseum en hadden een paar duizend eieren ingekocht. Meteen kwam er een rugbyteam langs en Klaas werd hard bekogeld.

Hij kreeg een ei op zijn oog en dat deed heel erg pijn. Toen hebben we het masker in een lijstje gedaan en in een boom gehangen. Als je het masker raakte, kreeg je drie keer je inzet terug en dat ging best mooi. Klaas hoefde geen pijn meer te verduren en we hebben flink wat verdiend. Daarna ging ik naar huis en keek ik op de bank naar AT5, waar ik zag dat er een groot eierengevecht was uitgebroken bij het Rijksmuseum.

In die tijd had ik een vriend die wiet verbouwde. Ik regelde het knippen, in zakken doen en distribueren. Ik had een heel team voor het knippen en betaalde de mensen twintig euro per uur. Klaas hielp me ook daarmee. Hij was in een hoekje heel gefocust aan het werk en ging er helemaal in op. Van die wietlucht werd je een beetje stoned en dat gebeurde ook bij Klaas. Het was een heel grappige situatie, dat vond klaas zelf ook.

Vanaf ons dertigste jaar hadden we minder contact. Ik was getrouwd, mijn zoon Sam werd geboren en ik was piloot. Ik reed toen geen motor meer, omdat ik daar geen tijd voor had. Het motorrijden was weliswaar ‘de grote band’ tussen ons, maar het was niet het enige. We zagen elkaar nog wel en belden regelmatig, maar we konden niet meer samen rondhangen. Ik was verwikkeld in een vechtscheiding en daar praatte ik wel over met Klaas. In die periode ging Klaas veel stunten. Sam vond Klaas heel indrukwekkend als hij langskwam in zijn motorkleding, ruikend naar motorolie. Klaas was goed in contact maken, maar als hij bewust contact wilde maken, bijvoorbeeld met een meisje, klapte hij dicht. Ik was heel blij toen hij in 2015 een relatie kreeg met Anna. In die periode hadden we weinig contact en ik kende Anna toen niet persoonlijk. 

‘Ook al zagen we elkaar een tijdje weinig, het zat gewoon altijd goed’

We waren vrienden en hadden heel persoonlijke gesprekken. Klaas oordeelde niet en luisterde vooral. Ik vond het niet moeilijk met hem om te gaan, maar hij was wel anders dan anderen en dat was omdat hij altijd zichzelf was. Dat is ook waarom ik onze vriendschap waardeerde. Ook al zagen we elkaar een tijdje weinig, het zat gewoon altijd goed. Klaas is altijd heel stabiel geweest, altijd zichzelf gebleven, ook toen hij angstig was en dat vond ik fijn aan hem.

Begin 2017 heb ik weer een motor gekocht en toen kregen we weer meer contact, vooral omdat ik Klaas veel vragen stelde over motoren. Ik had mijn oog op een motor laten vallen, maar Klaas zei grappend: “Als je die motor koopt, dan ga ik je echt niet helpen.” Dus dat ging niet door.

In 2017 kwam ik een keer langs bij 101 en toen was zijn oom Ad er en bleek Klaas opgenomen te zijn in Purmerend. In die laatste jaren kwam ik af en toe langs bij 101 en dan gingen we samen lopen met Lex, de hond van Ad. Klaas was toen moedeloos en dat kende ik niet van hem. Dat was anders dan daarvoor. Ik heb hem een paar keer bezocht in Purmerend. In die periode had ik mijn dieptepunt en Klaas ook. Hij zat in de kliniek en liep op krukken vanwege een wond aan zijn voet nadat hij aangereden was en ik liep ook op krukken vanwege een gescheurde achillespees. Onze gesprekken waren toen niet moedeloos, omdat we het begrepen van elkaar. We hadden geen behoefte aan opbeurende of bagatelliserende woorden.

Eind 2018 heeft Klaas me opgebeld om afscheid te nemen. Hij zei dat ik een goede vriend was geweest en dat hij ermee zou kappen als de nieuwe medicatie niet zou werken. Toen heb ik met de verpleging in de kliniek gebeld, maar mijn zorgen werden niet serieus genomen en gebagatelliseerd. Daarna heb ik 113 gebeld om te vragen wat ik kon doen om Klaas te helpen.

Daar hebben ze me gerustgesteld; ze zeiden dat het goed was wat ik had gedaan. Dat was wat ik altijd deed: ik haalde hem niet over om het niet te doen, maar ik zei vooral dat ik het begreep.

Ik had er rekening mee gehouden dat het kon gebeuren, maar vond het heel heftig, zowel voor Klaas als voor mij. Toen ik hoorde dat hij was overleden, ben ik meteen naar de plek gegaan, die vlak bij mijn huis is. Ik deed dat ook omdat ik dacht: als ik het nu niet doe, kan ik er nooit meer langs, dan wordt het te groot voor mij.

De begrafenis was heel erg dubbel voor me: het was prachtig, maar zó verdrietig. Dit had Klaas zo vet, zo cool gevonden: al die gasten op de motor over de ring, de erehaag en het vuurwerk. Het was super indrukwekkend.

Hij had zoveel mensen om zich heen, die hem allemaal fantastisch vonden. 

‘Klaas oordeelde niet en luisterde vooral’


De tocht op onze motoren achter de begrafenisauto, vond ik heel bijzonder om te doen. De Mustang, die Klaas zo bewonderde, reed ook mee. Ik had heel graag iets willen zeggen op de begrafenis, maar ik kon het niet, omdat ik veel te emotioneel was. Mijn praatje van toen heb ik een jaar later op Klaas’ Facebookpagina gezet.

Ik heb Klaas’ mand gedragen en het voelde fijn en mooi om hem in het graf te laten zakken. Dat moment herinner ik me nog heel goed.

Ik kom elke dag langs de plek en vorig jaar heb ik er met mijn zoon met Oud en Nieuw op het dak vuurwerk afgestoken. Ik had een illegale doos gekocht en vond het leuk om dat op die mooie plek te doen. Ik kom een paar keer per week door de Fred Roeskestraat en langs de begraafplaats. Dan maak ik altijd een vuistje, zoals Klaas ook altijd deed.

De moeder van mijn zoon is vlak bij Klaas begraven en als ik samen met mijn familie naar haar graf ga, ga ik ook altijd even bij Klaas langs. Ik ga nooit speciaal voor Klaas naar de begraafplaats, omdat ik vrede heb met zijn dood. In zijn graf is alleen zijn lichaam, maar het is wel een plek om te herinneren. Ook als ik op de motor zit, denk ik aan Klaas, vooral aan één van de laatste keren dat ik hem zag. Ik sta met de motor voor het stoplicht te wachten en opeens word ik naar voren geduwd. Dat deed Klaas, die achter mij reed, met zijn voorwiel. Zo grappig! Altijd vrolijk, zo herinner ik me hem. Die angsten waren er ook, maar als ik nu aan hem denk, is dat altijd positief en fijn.

Als ik voorbij de RAI of de begraafplaats fiets, dan voel ik dat Klaas me kracht geeft. Ik heb zijn rug protector gekregen en als ik die draag tijdens het motorrijden voel ik me veilig.

Bij mij in de huiskamer staat een groot aandenken aan Klaas: een Camaro speelgoedauto. Die auto heb ik na zijn overlijden gemaakt voor Klaas, omdat hij altijd een Camaro wilde uit 1977, ons geboortejaar.

De auto was bedoeld om op zijn graf te zetten, maar ik vond hem daar uiteindelijk te kwetsbaar voor en nu zie ik hem dagelijks. Op het dak heb ik 101 geschilderd. Mijn racefiets is als aandenken aan Klaas helemaal beschilderd met 101 en op mijn motorhelm staat ook 101. Als ik op de motor rijd, kom ik regelmatig motorrijders tegen met 101 op hun motor of helm. Dan groeten we elkaar.

Ik denk bijna elke dag nog aan Klaas en dan op een goede manier. Hij blijft er altijd en het cijfer 101 blijft maar terugkomen, overal: snelwegen, hotelkamers, in films en als artikelnummers. Het is bizar! Als ik zo’n ‘101momentje’ heb, dan is Klaas er. Die momenten zijn er niet voor niks.