Kuifje:
‘Voor de deur deed Klaas een goede burnout,
de hele straat vol lawaai en rook’
Klaas viel direct op: hoe hij de motor op zijn achterwiel kon krijgen, hoe hij kon driften… Hij was heel creatief, had een frisse blik op veel dingen. We hebben veel gesleuteld en geknutseld, en zó veel gelachen samen.
Het interview vindt plaats op ‘de zaak’, de voormalige werkplaats van Klaas, bedrijfspand van 101 MOTOREN en thans het bedrijfspand van Kuifje. Aan de muur hangt een poster van Klaas, stuntend op een motor. Eveneens aan de muur hangt een onderplaat van één van Klaas’ stuntmotoren met het wapen van Amsterdam. Ook hangt er een pin-upkalender op de pagina van september 2013, de ogen van het model door Eline afgeplakt met een balkje. Vrijwel al het gereedschap en de machines van Klaas zijn hier nog aanwezig. Op de plek waar Klaas’ grote Chablin draaibank stond, bevindt zich nu een zitje met een grote tafel en een bank.
.Ik heb Klaas in 2012 ontmoet bij Bike-Experience, waar ik met Paul sleutelde aan mijn mobylette, een brommertje uit de jaren 60. Klaas kwam daar ook wel eens langs en viel me natuurlijk direct op als persoon: hij was aanwezig en eigenzinnig. In die periode waren Paul en Klaas bevriend en allebei actief met stuntrijden op motoren. Ik zag Klaas op de stuntzondagen, zoals bij de Sligro. Ik was zelf vooral bezig met racen en heb ook veel in het zand gereden met offroadmotoren. Zelf stunt ik niet. Ik heb een dagje samen met Klaas en Paul geprobeerd te stunten, maar het was struggelen; het zag er altijd gemakkelijk uit, maar dat was het niet. Ik zag hoe zij ervan genoten en vooral hoe goed ze erin waren. Klaas was heel talentvol en dat was mooi om te zien en ik vond Klaas ook als persoon interessant. Ik vond het leuk om te kijken hoe hij praatte en hoe hij stuntte. Hij was altijd aanwezig, altijd aan het grappen maken. Maar hij interesseerde me vooral door hoe hij kon motorrijden en daardoor gefascineerd was. Dat was voor mij een hele nieuwe wereld: hoe hij de motor op zijn achterwiel kon krijgen, hoe hij kon driften en de energie die hij daarin stopte. Vooral de passie was heel mooi om te zien.
In 2013 zijn Klaas en Paul hier hun motorreparatiebedrijf 101 MOTOREN begonnen en organiseerden zij sleutelzondagen, waarop ze zelf sleutelden en anderen de mogelijkheid boden om aan hun eigen motor te sleutelen. Door die zondagmiddagen kwam ik steeds meer in de wereld van Klaas terecht. Op die zondagen was er muziek, er werd gelachen en er werden geintjes gemaakt. Je kon veel leren van Klaas en Paul. Als je iets niet voor elkaar kreeg, stonden ze klaar om je te helpen. Je werd dan wel uitgelachen of er werd een grapje met je gemaakt, maar je werd wèl geholpen.
In die periode trokken Klaas en ik steeds meer met elkaar op en werden we echt vrienden. Ik zocht hem ook wel op in Café Kobalt. Klaas dronk geen alcohol, hij was altijd nuchter. Hij hield van chocomel met slagroom en ik nam altijd een biertje.
In Kobalt kwam zijn persoonlijkheid ook steeds meer aan bod: Klaas, die geen blad voor zijn mond nam. Ik ben zelf nogal introvert en als ik in een kroeg kom, merkt niemand me op, maar Klaas was altijd aanwezig. Hij kende iedereen, praatte met iedereen en maakte gekke grapjes. Al het personeel kende hem. Het was heel bijzonder om dat te zien.
Ik leerde in die periode niet alleen de motorrijkant, maar ook de persoonlijke kant van Klaas steeds beter kennen.
Het bleef interessant: iemand die zo eigenzinnig is en waarvan er geen tweede is. Het was een leuke tijd, waarin we erg gelachen hebben. Zijn grapjes konden soms hard zijn, maar waren niet gevaarlijk. Als je niet oplette, kreeg je een spray remreiniger in je bilspleet. Je moest op je hoede zijn, maar dat was juist leuk. Soms schaamde ik me wel een beetje voor hem vanwege de lompheid van zijn grapjes, maar ik leerde ook veel van de manier waarop hij zich opstelde.
Klaas was heel anders dan ik en ging niet naar feesten. Hij is één keer aanwezig geweest op een feestje bij mij thuis met vrienden, die hij niet kende. Hij vond het interessant om te zien hoe wij met elkaar omgingen, maar het was niet zijn wereld. Ik heb hem daarna uitgenodigd voor een feestje op Oudejaarsavond. Ik stond op mijn balkonnetje toen hij vlak voor twaalven kwam aanrijden met zijn stuntmotor, de zwartrode Kawasaki, de motor, waar ‘Lictor, eat my dust’ op staat. Voor de deur deed hij een goede burnout en brandde hij zijn achterband voor een deel op, waardoor er veel rook en lawaai op straat ontstonden. Hij is toen ook nog even binnen geweest. Die Oud en Nieuw zal ik me altijd blijven herinneren.
Klaas jureerde regelmatig bij internationale stuntwedstrijden in het buitenland. Dat was spannend voor hem, omdat hij dan in een heel andere wereld kwam. Het jureren zelf was het minst moeilijke, dan zat hij in zijn rol. Maar alles eromheen, zoals het reizen, het sociale en het ‘s avonds moeten eten met anderen, maakte het waarschijnlijk spannend voor hem.
Ik was al jaren aan het werk als motorinstructeur en overwoog al heel lang om voor mezelf te beginnen. Klaas zei altijd: “Jij kan dat, als ik het kan, kan jij het ook: een zaak opbouwen.” Hij heeft me steeds gemotiveerd om mijn eigen bedrijf te beginnen. Hij heeft me daarbij ook geholpen door me de mogelijkheid te bieden om dit vanuit zijn bedrijfspand te doen. Ik vond het heel spannend, maar hij was zo ontwapenend in het motiveren van mij en vooral door het vertrouwen, dat hij me gaf. Daar was hij altijd zo goed in. Toen gingen we in 2016 samen in één pand werken, wat ongelooflijk lief van hem was. Hij heeft toen de hele bovenverdieping voor me uitgeruimd.
‘We hebben samen veel gesleuteld en geknutseld, wat altijd hartstikke gezellig was’
We kwamen steeds vaker samen in de werkplaats te staan: voor en na werk, maar ook op momenten dat de deur dicht was. Toen hebben we elkaar echt goed leren kennen. Klaas had altijd heel hard muziek aanstaan in de werkplaats, vooral drums, muziek die voor mij niet echt comfortabel was om naar te luisteren. Hij speelde zelf ook boven op zijn drumstel. Dat klonk goed en dan zat hij lekker in zijn wereldje. Later vroeg hij op de zondagen aan mij om muziek op te zetten en dat bleek toevallig muziek, die hij kende vanuit zijn jeugd, zoals Hank Williams.
Ik sleutelde zelf aan mijn motoren en Klaas hielp mij. Ik heb van Klaas heel veel geleerd, niet alleen hoe je een motor in elkaar bouwt, maar ook de finetuning: hoe je boutjes wel of niet aandraait en hoe je kapotte boutjes weer fixt. Hierdoor ben ik veel verder gekomen met mijn technische kennis. Klaas ging met mij mee om motorfietsen te kopen. Ik was nogal slecht in het handelen en Klaas leerde me om lager in te zetten. Toen ik mijn eigen motor kocht, is hij ook mee geweest. We hebben de motor toen allebei getest en Klaas zei: “De motor lijkt goed, doe je ding.” Toen bood ik direct de vraagprijs. Dat heb ik na afloop wel geweten. Ik werd goed uitgelachen en gepest, maar sindsdien ben ik wel beter gaan handelen. Klaas repareerde altijd mijn motoren en soms net op de valreep, zoals die keer dat mijn motor stuk ging op de avond voordat ik naar een Spanje-event ging. Klaas had in die begintijd een bedrijfsbus en die mocht ik altijd gebruiken om motoren op te halen. Later had ik een bus en gebruikte hij die van mij.
Klaas heeft een spinner gemaakt voor mijn BMW-motor, die aan één kant open wielen heeft. Hij heeft ook spinners gemaakt voor zijn 101-motor, waar zijn oom Ad nu op rijdt. Je kan ervoor kiezen om de spinner te laten draaien of stil te zetten, zodat je de letters kan lezen terwijl de motor rijdt.
Op een dag had Klaas een tuba gevonden en hij wilde deze toeter gebruiken voor een alarmsysteem, dat hij aan het maken was. Het was een luchtalarm met een heel harde toon, waar hij drie van dit soort toeters aan wilde verbinden, die deze toon dan zouden versterken. Als iemand dan zou inbreken, zou die helemaal uit elkaar klappen van het lawaai. Hij heeft daarvoor een mal gemaakt, maar het project uiteindelijk niet uitgevoerd.
Als mensen bij mij kwamen lessen, pakte Klaas zijn motortje, de monkey, en gaf hij voor de deur een showtje. Dat was natuurlijk ongelooflijk bijzonder: als je dit niet kent en je ziet in één keer iemand op een motor doen wat Klaas deed.
Op een zondag had het gesneeuwd. Klaas was op de zaak en ik ging er ook heen. Ik liet mijn motor voor de deur staan en liep vanuit de Nassaukade hier naartoe. Overal was een witte wereld, maar toen ik hier aankwam, stond zijn motor gewoon voor de deur.
Dat is Klaas: hij is niet bang en hij doet het gewoon. Hij was natuurlijk niet de snelweg opgegaan, maar was rustig binnendoor gekomen, maar wel zonder winterbandjes.
‘Klaas was heel creatief, hij had een frisse blik op veel dingen en dacht out of the box’
Ik heb veel met Klaas gesleuteld en geknutseld, wat altijd hartstikke gezellig was. Zoals hij op de foto’s staat, zo herinner ik me hem. Er is een foto, waarop hij aan een boor likt, een boor met olie, vetten en metaalscherven eraan, waarmee hij net een gat had geboord. Dat deed hij dan voor de grap, voor een leuke foto. Voor foto’s maakte hij ook vaak een vuistje, dat was zo’n beetje zijn handelsmerk. In een kerstperiode was hij een kokertje van een stuurgewricht van mijn racemotor aan het spuiten. Hij had dat op een inbussleutel gezet, zodat hij het niet hoefde aan te raken en dat bewoog heen en weer met een geluidje. Klaas zei toen: “Merry Christmas.” Dat was natuurlijk direct grappig, dus ik pakte meteen mijn cameraatje erbij.
Klaas en ik hadden sportapparaten van Eline gekregen, die zij had gebruikt voor haar matjesdiscofeestjes. Met Klaas erbij werden dat soort dingen hilarisch. Klaas heeft een project gedaan voor de Amerikaanse film Hitmans Bodyguards. De motoren die in de film gebruikt werden en waarmee gestunt werd, heeft Klaas verstevigd en voorzien van beugels, zodat ze aangereden konden worden en ermee gesprongen kon worden.
Klaas was een boeiend en eigenzinnig persoon en het was bijzonder om in zijn aanwezigheid te verkeren. Hij was heel creatief, had een frisse blik op veel dingen en dacht ‘out of the box’. We hebben zó veel gelachen samen. Ik vond Klaas echt anders dan iedereen die ik ooit heb gekend. Er is geen tweede Klaas.
Op een dag in april 2017 kwam niet Klaas, maar Ad naar de werkplaats. Klaas werd kort daarna opgenomen in Purmerend. Hij kwam vanuit Purmerend nog wel langs om te werken, maar de lach, de ‘spark’ was weg. We hadden nog wel gesprekjes, maar er was niet meer de vreugde, die er daarvoor was.
In 2018 heb ik een aantal nieuwe lesmotoren gekocht. De valbeugels daarvan waren zwak en Klaas heeft toen voor mij al die valbeugels verstevigd en gelast. Hij was een meester met metaal en kon daar alles mee. Hij heeft de beugels toen ook voor mij naar de poedercoater gebracht. Dat is één van de laatste dingen, die hij voor me gedaan heeft. Die beugels waren eerst gewoon slap en nu zijn ze onverwoestbaar. Ja, zo was Klaas. Klaas was een goede vriend voor mij en ik hoop dat ik dat ook voor hem ben geweest.
‘Het is voor Klaas heel fijn dat hij zijn rust heeft gevonden. Ik begreep zijn keuze’
De laatste twee jaren waren heel moeilijk. Het proces, dat Klaas in die jaren doormaakte, vond ik heel verdrietig en pijnlijk om te zien. Hij struggelde en ik zag dat hij het niet meer kon, hij was niet meer zichzelf. Het is voor Klaas heel fijn dat hij zijn rust heeft gevonden. Ik begreep zijn keuze. Uit wat hij me verteld heeft, bleek dat hij ernaartoe gegroeid was. Het was onbegrijpelijk en onwerkelijk dat hij het écht gedaan had. De dag ervoor is hij hier afscheid komen nemen, wat ik pas achteraf begreep. Ad was beneden, Quintus en ik waren boven. Klaas kwam langs en liep het hele pand door, boven, beneden, overal en er omheen. Op een gegeven moment was hij een tijdje kwijt; waarschijnlijk was hij naar de buren en later kwam hij weer terug. Die dag heb ik een duur wiel, dat hij al langer had liggen, van hem gekregen. Ik had precies zo’n wiel nodig voor mijn racemotor en dat wiel kreeg ik toen opeens cadeau. Zoals hij keek en rondliep: het was echt een afscheidsrondje. Het was de laatste keer dat ik hem zag. De volgende dag was hij vermist en toen was het zo ver.
De uitvaart van Klaas was de bijzonderste uitvaart, die ik ooit ga meemaken. We reden met zes motoren achter de begrafenisauto met Klaas’ mand naar de begraafplaats. Het was indrukwekkend met alle mensen en motoren langs de weg. Het was een bijzondere, verdrietige en moeilijke dag. We brachten iemand weg, die veel heeft achtergelaten. Dat ik Klaas’ mand droeg, was een eer. Het was waardig: je draagt hem, je brengt hem naar zijn graf en je laat hem erin zakken. Het was het laatste wat ik voor Klaas kon doen.
Na de uitvaart werd Eline eigenaar van 101 MOTOREN. Ad en Eline zetten samen het werk van Klaas voort tot oktober 2022. In die periode ging ik veel met Ad en Eline om en hebben we veel over Klaas gepraat.
Als ik aan het sleutelen ben, denk ik nog vaak aan Klaas. Ik zie hem hier nog altijd staan in de werkplaats: altijd met van alles bezig, vaak met zijn beschermende bril en gehoorprotectie, de vonken weg spattend bij het lassen.
Als ik op de A10 rijd langs de wokkels en de begraafplaats, groet ik Klaas altijd. Wat vaak bij me opkomt, is hoe hij als persoon was en wat hij me heeft geleerd. Dat komt steeds bij me terug.
Klaas blijft wel hangen bij me. Als ik aan hem denk, word ik vooral vrolijk.